maandag 20 april 2009

Wat denkt het volk over Dedecker?

Toch nog even gekeken op andere nieuwssites over de onfrisse snuisterpraktijken van
Dedecker.

Op de Knacksite vindt 58 procent dat ze niet kunnen, maar 42 procent heeft geen bezwaar.
Bij De Morgen vindt 72 procent dat Dedecker fout bezig is en 29 procent vindt dat het kan.
Bij HLN.be was de vraag iets genuanceerder : 29 % van de zeer talrijke stemmers is het eens met Dedeckers handelswijze, 41 % vindt het gestapopraktijken die niet kunnen, en 25 % vindt zo'n praktijken alleen geoorloofd als het gerecht niets onderneemt.

Zo'n polls moet je nemen voor wat ze zijn: momentopnames, impulsieve reacties. Maar toch Vlaanderen blijkt toch niet zo vies te zijn van egogerichte brulkikkers als Jean-Marie Dedecker.
Inhoud is niet meer nodig : rellen voeden de sensatiezieke burgers. Relpolitiek en reljournalistiek zetten de toon in Vlaanderen.

Dit land is een echte bananenrepubliek in wording. De grootste schreeuwers worden gehoord, genuanceerde stemmen worden weggehoond.
Al moet gezegd dat het weerwerk tegen de brulkikkers zwak is, zeer zwak, zowel van de rechter- als van de linkerzijde.

Lente in het hoofd

Gisteren geprobeerd een tarte tatin met peren te bakken. Recept gezocht op het internet, dat gekozen wat mij het beste leek, netjes uitgevoerd zoals voorgeschreven, taart mislukt... Om maar te zeggen dat je beter bij vertrouwde bronnen kunt blijven, ook voor het bakken van taarten en andere huishoudelijke aangelegenheden. Ons Bakboek van de Boerinnenbond en/of de recepten van Weekend Knack op www.gastronomennet.be.
Ja, lezer die mij kent, ik schep tegenwoordig het grootste genoegen in huishoudelijke bezigheden als leren taarten bakken, een keukentuintje met kruiden maken op het terras, een halve dag zoeken naar de juiste overgordijnen tegen een treffelijke prijs... Ik geniet vooral van de tijd die ik aan al deze dingen kan besteden. Vorige woensdag reed ik om 10 uur 's ochtends door de Kempen langs Arendonk en Poppel, dicht bij de grens met Nederland. Volop ruimte, veel zonlicht, vergezichten gevuld met jong groen en... een onmetelijk gevoel van vrijheid.
De dag voordien was ik op de verjaardagskoffie bij mijn schoonzus in Nederland. Een namiddag in de tuin met familie zomaar midden in de week, wat een ongekende luxe voor een pas gepensioneerd mens als ik, die tientallen jaren door het leven heeft gejaagd als een sneltrein.
Ik heb mezelf ook bevrijd van de nieuwsdruk.Maar volgens mijn lief ben ik nog steeds een "boekskesmens". Ja, ik kan mij nog opwinden over lelijkheid, oppervlakkigheid of domheid in mijn vroeger vak. En de dag kan nog steeds niet beginnen zonder krant, in het weekend zelfs twee. Maar ik hoef niet meer elke nieuwsuitzending op radio of televisie te volgen.

Maar inderdaad, ik kan me nog opwinden. Zo ook vorige vrijdagavond, toen in Terzake de Nederlandse pedofielenjager Chris Hölsken werd geïnterviewd, ondermeer door de toch zeer beslagen Kathleen Cools. Niemand stelde de vraag wie is die man, wat zijn zijn motieven, wie zit er werkelijk achter die (Zuid-)Amerikaanse website?
's Anderendaags merk ik in De Standaard dat Tom Naegels wél zijn huiswerk heeft gemaakt. Met een paar muisklikken schetst hij in zijn column Spijkerschrift een beeld van Hölsken, dat tenminste laat vermoeden, zoals Tom het schrijft, dat we hier met "de zoveelste Marcel Vervloesem" te maken hebben. Maar neen, men verliest zich op de meeste plaatsen liever in eindeloos herhaalde, voor de hand liggende details. Wat is hiervoor het excuus : geen tijd om de dingen uit te zoeken of het niet de moeite waard vinden, omdat de meeste anderen het al evenmin doen?

Ook over potentaat Jean-Marie Dedecker heb ik mij behoorlijk opgewonden. Een gevaarlijk mannetje! Die vindt dat hem alles geoorloofd is, hij de witte ridder van het Nieuwe Vlaanderen. Het zal u niet verbazen dat bij een poll op www.standaard.be bijna 40 procent vindt dat zijn achterbakse heksenjacht op Karel De Gucht geoorloofd is. De Standaard, onverantwoord interessant om de temperatuur van Vlaanderen te nemen.
Hoeveel percent haalde die partij in de jongste polls? We staan er bijster slecht voor in dit land als dit de politiekers van morgen worden. Dedecker is opgetrokken uit revanchisme, niet bepaald een edel motief om aan politiek te gaan doen. De hemel behoede ons voor dit soort lui in een mogelijke volgende Vlaamse regering. Ik denk dat Jan Van Rompaey het zich allang beklaagt dat hij de judocoach ooit lanceerde als mediafiguur in zijn Jan Publiek.

zaterdag 11 april 2009

Het leven

Gisteren de afscheidsplechtigheid bijgewoond van de echtgenoot van een vriendin. Een generatiegenoot, een wijze reus, die op een paar maanden tijd werd weggemaaid. Het was de eerste echt stralende lentedag, in fel contrast met rouw en verdriet. Een teken van de natuur dat ondanks de dood het leven verder gaat, vernieuwt? De tweede maal is het dat ik in Lochristi op zo'n uitbundig stralende lentedag afscheid neem van iemand die ik graag nog een paar decennia had weten verderleven.
Ook de twee kleinkinderen van de overledene waren aanwezig, baby's, ukjes, die nog niet vatten wat er is gebeurd en die hun opa alleen zullen kennen door de verhalen die oma en hun ouders over hem zullen vertellen. Over de tederheid en de trots van de grote man, van wie hun onderbewuste zich misschien toch de lieve handen en de zachte stem zal herinneren. Misschien dragen ze een aantal van zijn kwaliteiten mee in hun genen? We zijn ons niet altijd bewust van de erfenis die we meekrijgen van eerdere generaties, maar ze is er wel.

In de schaduw van zoveel verdriet is het bijna niet decent, om zoals wij een feest van het leven voor te bereiden. Mijn lief en ik gaan trouwen en we willen dat ook vieren. De reacties daarop zijn zeer divers. Veel mensen zijn blij voor ons, maar soms voel je toch ook in een reactie een ondertoon van : zijn jullie gek geworden?
Misschien is het ook wel een beetje het lot uitdagen om als je de zestig voorbij bent nog echt dat engagement aan te gaan. Een toekomst te willen creëren, letterlijk. Ook een nieuw nest in te richten, al weet je heel zeker dat je de toekomst niet, nooit in handen hebt. Hopelijk is die toekomst lang, maar zelfs als ze kort blijkt te zijn geweest achteraf, dan wil ik alles gedaan hebben om elke dag ervan waardevol te maken.

zondag 5 april 2009

24 kinderen in Rome

Bij het station Ostiense in Rome werden 24 Afghaanse kinderen, tussen 10 en 15 jaar, gevonden in de riolen. Niemand kent hun naam, weet hoe ze daar zijn beland, of ze ouders hebben die samen met hen naar Italië zijn gekomen.
Vorige week stond in de krant het bericht dat in de zuidelijke stad Foggia migranten worden vervoerd in aparte bussen, een feitelijk apartheidssysteem.
Vorige zomer werden in Rome de eerste affiches geplakt om op te roepen tot een onverbiddelijke politiek voor illegalen. Berlusconi is er ook een van "eigen volk eerst". Extreem zelfs. Zijn nieuwe partij "Het volk van de vrijheid" beperkt dat begrip volk tot blank, westers en christelijk. Wilfried Martens is onlangs op het stichtingscongres van Il Popolo della Libertà gaan spreken namens de Europese Volkspartij. Berlusconi stond dezer dagen op de foto's van de G2O grijnslachend te blinken, de arm om de schouders van Barack Obama, de eerste zwarte president van de VS. Dat terwijl hij in eigen land alles wat niet blank, christelijk en Italiaans is vertrapt en vernedert.
Vanmorgen heb ik een klein boekje herlezen dat me een paar jaar geleden fel beroerde.
De Tuin van de Sultan van Rome van de Nederlandse Louise O. Fresco (Prometheus,ISBN 90 446 0619 0). Louise Fresco woont en werkt al jaren in Rome voor de FAO.
Ze beschrijft Rome door de ogen van een jongen, van een jaar of 16, die ergens uit een ver oosten gevlucht is, mits betaling van een hoge som aan een mensensmokkelaar. Hij wilde naar Hamburg of Holland, maar strandde in Rome. Daar werkt hij voor een soort moderne slavendrijver, Dalil. Hij verkoopt rozen, is drugskoerier, parkingbewaker. Voor zijn schamel onderkomen en voedsel moet hij aan Dalil betalen, overdag leeft hij op straat van voedselafval.
Zijn beleving van de wereldstad vol mooie vrouwen, rijke mannen en massa's toeristen is heel verschillend van degene die in reisgidsen wordt verkocht. Hij begrijpt ze niet die stad, en probeert er vat op te krijgen met zijn beperkte ervaringen en begrippen, bepaald door de verre vallei waar hij vandaan komt. Dat blijkt ontoereikend en laat hem het gruwelijkste ervaren.
Iedereen die naar Italië, naar Rome, gaat komt ze tegen: de Senegalesi met hun trottoirhandel, de parapluverkopers die uit elk gat komen gekropen als er een druppel regen valt, de rozenverkopers 's avonds, de hoertjes langs de weg.
Ze zijn er en we stellen er ons weinig vragen bij, tot zo'n bericht in de krant verschijnt: 24 Afghaanse kinderen die in het Romeinse riool leven.
Lees het boekje van Louise Fresco en kijk met andere ogen naar wereldsteden waar aan de zelfkant mensen uit noodzaak beschutting zoeken in het riool. Verschoppelingen van onze geglobaliseerde wereld.

dinsdag 24 maart 2009

Een literair venster op Egypte





Laat ik beginnen met een rechtzetting. De Egyptische schrijver Bahaa Taher geboren in 1935) was niet, zoals ik eerder schreef, een krantenjournalist zoals het hoofdpersonage uit zijn gedeeltelijk autobiografische roman Love in Exile (The American University Press in Cairo, 2001). Hij was wel een van de oprichters van het culturele programma van de Egyptische radio in 1957. Als overtuigde Nasseraanhanger die geloofde in de grote gemeenschappelijke droom van vooruitgang, werd hij ontslagen in 1975 onder Anwar Sadat. Hij kreeg ook publicatieverbod, zowel als vertaler als als schrijver. Wat op een feitelijke verbanning neerkwam.
Bahaa Taher woonde en probeerde te werken als vertaler in India, Sri Lanka, Senegal, Kenya en andere landen, tot hij in 1981 een job vond als vertaler voor de UNO in Genève.
Er is op het internet heel wat te vinden over deze interessante auteur, bijvoorbeeld op de website www.qantara.de, een actuele, goed geïnformeerde en kritische site over de Arabische wereld, die gesponsord wordt o.a. door het respectabele Goethe-Institut.

Love in exile, het boek dat ik toevallig in Luxor ontdekte, speelt begin jaren tachtig in een niet nader genoemde Zwitserse stad, waar een Arabische journalist is neergestreken, nadat hij in zijn eigen land gebroodroofd werd. Naast het portret van Gamel Abdel Nasser staan op zijn boekenplank Federico Garcia Lorca, Pablo Neruda, Tolstoi.. Kortom, hij is een vertegenwoordiger van die generatie Arabische intellectuelen die in de jaren vijftig en zestig droomden van een rechtvaardiger samenleving, die toen daadwerkelijk leefden in een maatschappij waar de luiken werden opengegooid. Hun revolutie was onderdeel van een grotere revolutie, die dramatischerwijs ook elders niet echt lukte.

Vanuit Genève volgt de journalist zijn kinderen in Cairo en vooral zijn zoon Khalid, een schaakkampioen, die het internationaal wedstrijdschaken achter zich laat omdat hij zich tot de politieke islam wendt. De vader maakt daarbij volgende bedenkingen :

"What then were the circumstances that made our generation see nothing shameful in living one's life? Why did we accept the fact that we were human beings who did right and wrong and who sinned and repented, who hoped for God's mercy and who were confident that repentence would come before it was too late? Why does Khalid want to be an angel whose purity shouldn't be sullied by just one game of chess? I know that if he lived that life the way he started to now, he would not experience the dilemma we had... There would be no conflict in life or a crack in the soul; everything would be clean and easy."
Moslims zeker, ook de generatie van de vader, maar gematigd. En hij gaat verder in een brief aan zijn zoon :
"But beware, because all the evils that I have known in this world came out of that dark cave. It begins with an idea and ends up an evil: I am right and my opinion is better. I am better, therefore others are wrong. I am better because I am God's chosen people and the others are goyim. I am better because I am one of the Lord's children whose sins are forgiven and the others are heretics. Better because I am a Shiite and the others are Sunnis ore because I am a Sunni and the others are Shiites. Better because I am white an the others are colored or because I am progressive and the others are reactionary and so on ad infinitum."

Vorig jaar in april kreeg Bahaa Taher in Abu Dhabi de eerste Arabische Bookerprize voor zijn jongste boek Sunset Oasis (verschijnt pas najaar 2009 in het Engels). Volgens hem wel twintig jaar te laat. Pas in 1995 kwam Taher terug naar Cairo, hij blijft even kritisch voor het huidige regime als hij het was voor Sadat.

Moslimbroeders
In een interview met The Guardian (mijn vertaling) zei Bahaa Taher vorig jaar :
"Ik heb geleefd onder koning Farouk, Nasser, Sadat en Mubarak. Nu bestaat er zelfs geen democratie meer voor een kleine minderheid. Mubarak heerst en verdeelt. Ik zie geen maatschappij meer, alleen nog individuen."
De Moslimbroeders, die sterk vertegenwoordigd zijn (met een vijfde van de zetels in het parlement)kunnen volgens Taher alleen maar succes hebben "omdat alle andere ideologieën het hebben laten afweten. Mensen kunnen nu eenmaal niet leven zonder hoop. Ze denken Marxisme of nationalisme hebben de wereld niet kunnen veranderen, misschien kunnen religieuze ideeën dat wel".




"Frankrijk en Groot-Brittannië hebben de Moslimbroeders gesteund tijdens de Suezcrisis in 1956, toen velen van hen onder Nasser in de gevangenis gefolterd werden. Maar wanneer Sadat later een coalitie met hen sloot om links af te maken in Egypte, hebben ze van de gelegenheid gebruik gemaakt om het onderwijs te infiltreren. Toen de staat afhaakte in de gezondheidszorg bijvoorbeeld hebben zij hospitalen gebouwd, ze hebben ook gezorgd voor voedselbedeling aan de armen, aldus Taher. Na dertig jaar waren de mensen dus klaar om hun ideologie te aanvaarden. Als de verkiezingen echt vrij waren, zouden ze 288 zetels hebben in plaats van 88. Zelfs al ben ik tegen hun ideologie, toch zal ik hen verdedigen, al ben ik niet zeker dat zij mij zouden verdedigen."
Bahaa Taher ondertekende petities voor de vrijlating van alle politieke gevangenen in Egypte, daar zijn ook Moslimbroeders bij.

Eén van zijn boeken, De Wraak van Saffiyya (Van Gennep, 2000) heeft de spanningen tussen Kopten en moslims in Egypte als onderwerp, een gevoelig onderwerp dat hem van beide kanten kritiek heeft opgeleverd. Bij een bezoek aan Luxor (daar werd hij geboren) constateerde hij tot zijn grote vreugde dat die stad gespaard was gebleven van de rellen tussen de twee geloofsgroepen die de jongste jaren bijvoorbeeld Alexandria hebben geteisterd. Taher wijt dat aan de constante stroom van buitenlandse bezoekers in Luxor. "Het is een eeuwenoude wijsheid, zegt Bahaa Taher, dat je veel toleranter wordt wanneer je de andere kent. Als je de ander niet kent, blijf je bang."

Bahaa Taher biedt een interessant venster op de Egyptische en op de bredere Arabische samenleving. Zo loopt in de stad van Love in Exile een Arabische prins rond die met zijn geld probeert een Arabische krant in Europa op te zetten, maar een geheime agenda heeft van macht en religieuze invloed, waarvoor hij iedereen probeert te manipuleren en inderdaad de minst gefortuneerden en minst verlichten op zijn hand krijgt.
De slachtpartij in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatila (1982) en de verontwaardiging errond in de hele wereld is een belangrijke thema in het boek en wordt bijzonder goed gedocumenteerd. Meer dan 25 jaar later blijkt maar weinig veranderd en blijken misdaden tegen de menselijkheid nog altijd op dezelfde manier te worden verdoezeld én aangeklaagd. De machteloosheid van internationale hulporganisaties in barbaarse conflicten als deze is ook nog steeds even groot. De parallel met Gaza is onvermijdelijk vandaag.

Wolligheid

Amelie van Esbeen uit Merksem wil sterven, dat is haar recht. Niet voor de camera's maar omringd door haar familie. Ze is een waardige oude dame die recht heeft om te sterven zoals ze geleefd heeft. De familie heeft de pers erbij gehaald,allicht uit wanhoop omdat ze bij medici die hun vertrouwd zijn geen gehoor vinden. Maar medici zijn niet almachtig en een patiënt is en blijft een vrij mens, ook al lijkt dat niet altijd zo in bejaardentehuizen waar veel wordt betutteld.

Ik erger me aan de wollige taal over het leed van heel oude mensen. Zo zegt Jean-Pierre Baeyens, algemeen secretaris van de Belgische Vereniging voor Gerontologie en Geriatrie vandaag in De Morgen dat "twee jaar geleden nog bleek dat in rust- en verzorgingsinstellingen 30 à 35 procent van de inwoners antidepressiva neemt. Als ik me niet vergis, zat meer dan de helft aan de kalmeerpillen. Als je daar tot een grondig assessment van al die facetten komt, ga je volgens mij heel wat ongemak wegwerken."
Wat bedoelt die man daarmee? Dat er nog meer pilletjes moeten worden uitgedeeld zodat nog minder mensen op hoge leeftijd lucide genoeg blijven om zelf te bepalen wanneer ze willen gaan? Om zelf te bepalen wanneer het voor hen genoeg is geweest.
Liever bejaardenhuizen vol mensen die als een plant vegeteren dan heldere oude dames en heren die bewust zelf de grens tussen waardig leven en waardig sterven bepalen? Een plant moet je alleen water en voedsel geven. Een mens heeft meer - gerechtvaardigde - eisen, ook al is hij of zij oud en op. De eerste eis is serieus genomen worden, en daarvan is Amelie Van Esbeen een levende illustratie. Maar eisen zijn lastig voor wie de confrontatie niet durft aan te gaan.

dinsdag 17 maart 2009

Cloostermans versus Mortier

Als het van Standaardrecensent Marc Cloostermans afhangt wint Erwin Mortier zeker niet de Libris Literatuurprijs, waarvoor zijn Godenslaap op de longlist staat. De shortlist wordt bekend gemaakt op 23 maart. Zeer benieuwd. Misschien zijn de Nederlanders wijzer, in Nederland zijn van Godenslaap immers al een paar tienduizenden exemplaren verkocht.

Cloostermans fulmineert in een recente column in DS tegen Mortier omdat die het waagt de vuile was van het aartsbisdom Mechelen-Brussel buiten te hangen.
Mortier is geen vriendje van Danneels, zeker niet sinds zijn fel opgemerkte lijkrede voor Hugo Claus waarin hij de kerkvorst zeer vrank de mantel uitveegde. Mortier was dus niet welkom op een Mechelse kansel. Gelukkig was Bart Somers voor één keer lucide genoeg om Danneels op gepaste wijze van repliek te dienen en Hagepreken te organiseren, mét Erwin Mortier.

Cloostermans maakt zich druk over mensen als Lanoye en Mortier, die hun woede over de almacht van de kerk of de misdaad tegen de menselijkheid in Gaza door de Israëlische staat bedreven, publiek durven belijden.
Cloostermans schurkt zich graag aan tegen de moslimvreters,de nieuwe politieke correcten, de verlichtingsfundamentalisten à la Benno Barnard en Wim Van Rooy. Iemand als Wim Van Rooy legde vroeger elke morgen een tjeef tussen zijn boterham, die toespijs is nu bijna op en dus wordt het nu moslim op het dagelijks brood.
Het was haast genant hoe Marc Cloostermans, een paar maanden geleden, in zijn recensie van Godenslaap het personage Rachida, de Marokkaanse verzorgster van Hélène, klasseerde als al te politiek correct. Gewoon de alledaagse Vlaamse realiteit, meneer Cloostermans. Kijk rondom u, constateer en erken dat de werkelijkheid onherroepelijk wijzigt.

Marc Cloostermans vindt Godenslaap allesbehalve een meesterwerk. Hij staat wel vrij eenzaam in dat oordeel. In diezelfde Standaard publiceerde Jelle Van Riet naar aanleiding van Godenslaap eveneens een schitterend interview met Mortier, in volle bewondering voor zijn meesterschap. Toch maar eens lezen, Cloostermans!