Op de blog van Knack lees ik over het heimwee van Benno Barnard naar "de oude burgerlijke cultuur toen iedereen nog piano speelde..." Zijn wereld waarin hij gevormd werd door "de klassieke cultuur, de Bijbel, de humanisten, de verlichting, de 19de eeuw, Apollinaire, Kafka en Auden." Een wereld die volgens hem volledig is verdwenen.
Nu worden onze geesten volgens hem gekoppeld aan "onbegrijpelijke machines", waarmee hij allicht computers bedoelt.
Ik ben van dezelfde generatie als Benno Barnard, maar wij zijn duidelijk in een totaal andere wereld opgegroeid.
Benno Barnard lijkt niet te beseffen dat maar weinigen in de jaren vijftig, en zelfs nu nog, vanzelfsprekende toegang hadden en hebben tot de schatkamer van kennis en cultuur die voor hem zo vertrouwd is.
Hij lijkt ook niet te beseffen dat de "onbegrijpelijke machine" voor heel veel mensen het middel bij uitstek is geworden om wel die rijkdommen te ontsluiten, op zeer zelfstandige en persoonlijke wijze. Een mens verkent via het internet de virtuele wereld, zoals hij dwaalt door een onbekende stad. En hij of zij leert van de reizen die hij maakt. Een ander soort leren dan het schoolse leren, weliswaar.
Daardoor zijn velen nu veel mondiger dan in de nostalgische burgerlijke tijd van Barnard.
Zelfs soms of zelfs vaak als ze een hoofddoek dragen en vijf keer per dag bidden. Ze passen niet meer in het klassieke, veilige patroon van mensen als de dichter, die raken daardoor gedesoriënteerd.
Begrijpelijk dat Benno Barnard tegen de verkeerde vijanden vecht en blijft vechten. Niet de mollahs zijn de grootste bedreiging voor onze westerse cultuur, wel opnieuw de mogols van de multinationals.Degenen die zich, zoals Benno Barnard, niet kunnen inbeelden dat niet alles vanzelfsprekend is op deze wereld. Degenen die, doordat hun loon een obsceen veelvoud is van het doorsnee loon van hun werknemers, nog steeds niet beseffen wat deze economische crisis echt betekent: verarming, materieel en bijgevolg ook opnieuw geestelijk. Voor hen scheelt het een schijntje, voor wie onderaan de ladder zit vaak bijna alles. Voor de generatie van mijn vader en zijn vader zou dat niets nieuws zijn. De generatie van Benno Barnard is welhaast vergeten hoe scheef de verhouding tussen haves en have-nots kan zijn. En de comfortabele klasse waaruit de dichter stamt, heeft het nooit aan den lijve ondervonden.
Alles wat ànders is dan wat ze kennen, wat niet tot hun burgerlijke leefwereld behoort, zien ze als een bedreiging voor hun eigen materiële en geestelijke comfort. Hoogstens mag het exotiek zijn, bestaansrecht krijgt het andere nooit in hun ogen. Ze kunnen zich niet inbeelden of willen zich niet realiseren dat god vaak het machtigst is waar de armoede het schrijnendst is. Daar is god niet het abstracte begrip uit de Bijbel of de Koran, maar wel de geestelijke, de ondersteunende gemeenschap, de liefdadigheidsinstelling die het bestaan wat lichter maken.
Het bevechten van armoede en ongelijkheid, het onderwijzen, het economisch zelfstandig en mondig maken van mensen zijn veel krachtiger middelen om valse almacht te bestrijden, dan het schimpen op en het in de hoek drijven van wie zich al uitgesloten voelt.
Iemand die dat wel begreep was Karel Van Miert, van wie het overlijden vandaag bekend werd. Een boerenzoon uit een groot gezin, die niet alles op een presenteerblaadje kreeg aangereikt in zijn leven. Maar die op eigen kracht en met vechten alles heeft veroverd wat Barnard zo vanzelfsprekend vindt.
Daarom aarzelde Van Miert niet om multinationals streng tot de orde te roepen als Europees Commissaris, daarom zweeg hij ook niet toen zijn actieve loonbaan voorbij was, en hij al lang de actieve politiek had verlaten. Wanneer Van Miert sprak was dat met een grote helderheid, en met passie. Hij had geen retoriek en bombarie nodig om de échte problemen te duiden. Hij bouwde op en zocht niet de controverse om de controverse.
Van Miert had niet de behoefte om alles eenvoudiger te maken dan het is, alles naar makkelijke soundbites te vertalen zoals de populisten dat tegenwoordig doen, en toch luisterden "de mensen" naar hem, omdat ze wisten dat hij één van hen was. Omdat ze respect hebben voor wie opklimt in de politiek en in de economische hiërarchie en toch zijn afkomst niet verloochent, ze integendeel meeneemt in zijn broekzakken waar ze ook aan belangrijke en invloedrijke vergader- en bestuurstafels blijft bijten. Karel Van Miert wist hoe de wereld en het leven in elkaar zitten, hij had er alle kanten van gezien.
Mensen als hij zijn zeer zeldzaam.
dinsdag 23 juni 2009
dinsdag 26 mei 2009
Rouw en angst om de krant
De windstilte op deze blog is te verklaren door onze trouwdag, een regenloze dag in een zeer regenachtige week. Het gevoel van met z'n tweeën op een wolk te zitten, omringd door de warmte van familie en vrienden.
Daarna een weekje in de Périgord Pourpre met vrienden die daar in een onooglijk dorp een imposant 18-de eeuws huis hebben. En wat hebben we daar gedaan : heel veel niks, een beetje in de tuin bezig geweest, kersen geplukt, confituur gemaakt, gelezen, lekker gegeten en gedronken. Geef toe : een "lune de miel au temps des cerises" in Frankrijk, kan het nog mooier voor verliefden op leeftijd?
Ondertussen woedde in de Vlaamse pers de zoveelste De Morgen storm. Gisteren een paar blogs gelezen van net ontslagen en al langer verdwenen jonge journalisten van die redactie. En vanmorgen het plichtstuk van Brecht De Caestecker : een interview met grote baas Van Thillo. Iedereen weet dat de pers het alweer moeilijk heeft, wat Van Thillo zegt over de dalende reclame-inkomsten is natuurlijk de harde realiteit.
Het leek erg op zout in de wonde wrijven, maar daar zal BDC niet voor hebben gekozen, hoop ik toch.
De "lezers" of althans een voorhoede ervan zijn geraakt in het diepst van hun trouwe ziel door ontslagen als die van columnist-schrijver Bernard Dewulf en fotogaaf Filip Claus. Twee mensen die zichtbaar de ziel van die krant waren. Twee mensen die ook ik zeer zal missen in De Morgen. Dewulf was in z'n eentje een reden om die krant te kopen. Hugo Camps, die al lang gepensioneerd zou moeten zijn, is nu iedere dag te lezen. Soms geniaal, soms gebral, maar hij komt niet aan de knieën van Dewulf.
De afgelopen maanden moeten moordend geweest zijn op de redactie.
De blogs van die twee jonge journalisten die ik gisteren las, vertellen veel over het leed dat zo'n "reorganisatie" meebrengt. En over de verdeeldheid die zo'n dreigende, en later daadwerkelijke, ontslagen veroorzaken in een groep mensen die al jaren veel te hard werken en over en weer geslingerd worden door de beleidsbeslissingen van elkaar opvolgende "hoofdkazen" zoals ze spottend worden genoemd in die blogs.
Ik kan me ook wel iets voorstellen bij de verwarring en de vrees die leeft bij degenen die nu nog harder zullen moeten werken om de krant leesbaar en interessant te houden. De journalisten die wél moesten gaan zijn immers ook hun collega's, hun vrienden zelfs. Hoewel de zelfbehoud-reflex natuurlijk niet te onderschatten valt.
Een journalist is ook maar een mens : heeft een huis af te betalen, kinderen te voeden en op te voeden, een of meerdere ex-en te onderhouden, of hij of zij heeft angst voor het dreigende gat van het te vroeg pensioen. Daarbovenop komt het schuldgevoel dat jij blijft en de anderen moeten gaan. Extra nog in deze moeilijke tijden waarin een nieuwe job vinden bijzonder moeilijk wordt.
En bovenop al die verwarring en vrees worden persimperiums steeds groter. Het beproefde systeem, meer doen met minder mensen, wordt geëxporteerd. Daar zijn Vlaamse persbedrijven ondertussen zeer goed in geworden. De Persgroep heeft immers absoluut niet het monopolie terzake. En alles is al een keer, veel eerder, voorgedaan door Rupert Murdoch.
Er dreigen nog ontslagen bij De Standaard en Het Nieuwsblad en bij andere uitgevers als Roularta, vallen de ontslagen druppelsgewijs, maar wie er de som van maakt ziet de realiteit dagen. Ontslagen per SMS, dreigtelefoontjes van hogerhand tegen wie zich syndicaal durft te roeren, bureau opruimen onder security-begeleiding, dat zijn de praktijken die tegenwoordig voorkomen in de Vlaamse pers.
De lezers die protesteren of hun abonnement opzeggen zijn maar een dunne bovenlaag. Het is bewezen dat de best verkopende kranten niet degene zijn met de meest interessante en meest gediversifieerde inhoud. Steeds minder inhoud op steeds minder papier, dat is de regel, ook voor zogenaamde "kwaliteitskranten". Journalisten met precaire freelance statuten en verdoken zelfstandigen houden al jaren redacties draaiende. Hoofdredacteurs kiezen zelden de kant van hun medewerkers als het over tarieven en copyrightvergoedingen (bijvoorbeeld op websites) gaat. Wie het wel probeert te doen, wordt in de hoek gezet of afgestraft. De autonomie van de hoofdredacteur en van de redactie zijn ondertussen werkelijk loze en van inhoud beroofde begrippen geworden.
Vrienden en kennissen spreken me wel eens aan over het feit dat zoon of dochter journalist wil worden. Jonge mensen dromen nog van dit beroep dat er ooit een was van grote creativiteit en grote vrijheid, een boeiend en interessant vak. Een vak dat een mens vormde.
Nu ligt de nadruk steeds meer op productiviteit en rendement. Talent en brille lijken minder belangrijk dan die twee factoren. Als hoofdredacteur kon je vroeger je parels koesteren, laten groeien, opblinken. Nu moet je ze vaak noodgedwongen uitwringen of weggooien, omdat boven je hoofd beslissingen worden genomen die minder met inhoud en met de lezer dan wel met bedrijfsresultaten en aandeelhouders hebben te maken.
Daarna een weekje in de Périgord Pourpre met vrienden die daar in een onooglijk dorp een imposant 18-de eeuws huis hebben. En wat hebben we daar gedaan : heel veel niks, een beetje in de tuin bezig geweest, kersen geplukt, confituur gemaakt, gelezen, lekker gegeten en gedronken. Geef toe : een "lune de miel au temps des cerises" in Frankrijk, kan het nog mooier voor verliefden op leeftijd?
Ondertussen woedde in de Vlaamse pers de zoveelste De Morgen storm. Gisteren een paar blogs gelezen van net ontslagen en al langer verdwenen jonge journalisten van die redactie. En vanmorgen het plichtstuk van Brecht De Caestecker : een interview met grote baas Van Thillo. Iedereen weet dat de pers het alweer moeilijk heeft, wat Van Thillo zegt over de dalende reclame-inkomsten is natuurlijk de harde realiteit.
Het leek erg op zout in de wonde wrijven, maar daar zal BDC niet voor hebben gekozen, hoop ik toch.
De "lezers" of althans een voorhoede ervan zijn geraakt in het diepst van hun trouwe ziel door ontslagen als die van columnist-schrijver Bernard Dewulf en fotogaaf Filip Claus. Twee mensen die zichtbaar de ziel van die krant waren. Twee mensen die ook ik zeer zal missen in De Morgen. Dewulf was in z'n eentje een reden om die krant te kopen. Hugo Camps, die al lang gepensioneerd zou moeten zijn, is nu iedere dag te lezen. Soms geniaal, soms gebral, maar hij komt niet aan de knieën van Dewulf.
De afgelopen maanden moeten moordend geweest zijn op de redactie.
De blogs van die twee jonge journalisten die ik gisteren las, vertellen veel over het leed dat zo'n "reorganisatie" meebrengt. En over de verdeeldheid die zo'n dreigende, en later daadwerkelijke, ontslagen veroorzaken in een groep mensen die al jaren veel te hard werken en over en weer geslingerd worden door de beleidsbeslissingen van elkaar opvolgende "hoofdkazen" zoals ze spottend worden genoemd in die blogs.
Ik kan me ook wel iets voorstellen bij de verwarring en de vrees die leeft bij degenen die nu nog harder zullen moeten werken om de krant leesbaar en interessant te houden. De journalisten die wél moesten gaan zijn immers ook hun collega's, hun vrienden zelfs. Hoewel de zelfbehoud-reflex natuurlijk niet te onderschatten valt.
Een journalist is ook maar een mens : heeft een huis af te betalen, kinderen te voeden en op te voeden, een of meerdere ex-en te onderhouden, of hij of zij heeft angst voor het dreigende gat van het te vroeg pensioen. Daarbovenop komt het schuldgevoel dat jij blijft en de anderen moeten gaan. Extra nog in deze moeilijke tijden waarin een nieuwe job vinden bijzonder moeilijk wordt.
En bovenop al die verwarring en vrees worden persimperiums steeds groter. Het beproefde systeem, meer doen met minder mensen, wordt geëxporteerd. Daar zijn Vlaamse persbedrijven ondertussen zeer goed in geworden. De Persgroep heeft immers absoluut niet het monopolie terzake. En alles is al een keer, veel eerder, voorgedaan door Rupert Murdoch.
Er dreigen nog ontslagen bij De Standaard en Het Nieuwsblad en bij andere uitgevers als Roularta, vallen de ontslagen druppelsgewijs, maar wie er de som van maakt ziet de realiteit dagen. Ontslagen per SMS, dreigtelefoontjes van hogerhand tegen wie zich syndicaal durft te roeren, bureau opruimen onder security-begeleiding, dat zijn de praktijken die tegenwoordig voorkomen in de Vlaamse pers.
De lezers die protesteren of hun abonnement opzeggen zijn maar een dunne bovenlaag. Het is bewezen dat de best verkopende kranten niet degene zijn met de meest interessante en meest gediversifieerde inhoud. Steeds minder inhoud op steeds minder papier, dat is de regel, ook voor zogenaamde "kwaliteitskranten". Journalisten met precaire freelance statuten en verdoken zelfstandigen houden al jaren redacties draaiende. Hoofdredacteurs kiezen zelden de kant van hun medewerkers als het over tarieven en copyrightvergoedingen (bijvoorbeeld op websites) gaat. Wie het wel probeert te doen, wordt in de hoek gezet of afgestraft. De autonomie van de hoofdredacteur en van de redactie zijn ondertussen werkelijk loze en van inhoud beroofde begrippen geworden.
Vrienden en kennissen spreken me wel eens aan over het feit dat zoon of dochter journalist wil worden. Jonge mensen dromen nog van dit beroep dat er ooit een was van grote creativiteit en grote vrijheid, een boeiend en interessant vak. Een vak dat een mens vormde.
Nu ligt de nadruk steeds meer op productiviteit en rendement. Talent en brille lijken minder belangrijk dan die twee factoren. Als hoofdredacteur kon je vroeger je parels koesteren, laten groeien, opblinken. Nu moet je ze vaak noodgedwongen uitwringen of weggooien, omdat boven je hoofd beslissingen worden genomen die minder met inhoud en met de lezer dan wel met bedrijfsresultaten en aandeelhouders hebben te maken.
maandag 4 mei 2009
Karst en de koningin
"In naam der koningin" was hij uit zijn woning gezet, hij was zijn baan kwijt. Misschien was die oude Swift, het "boodschappenautootje" zoals commentatoren het meewarig noemen, wel het enige wat hem bleef.
Bovenal was er allicht zijn wanhoop. Zo'n stralende lentedag, waarop iedereen met oma, opa en de kinderen feestelijk de straat op gaat, maakt wanhoop nog groter, nog zwarter. Het contrast is soms te groot.
Sommigen noemen Karst Tates "een gek". Joost Zwagerman stelde kort na de feiten bedremmeld vast dat de "vijand" in dat sterk veranderde Nederland voor het eerst "een van ons" was. Een onopvallende keurige man. Een nette mens.
Spreken over "de vijand" veronderstelt dat we hier te maken hebben met een terroristische daad, een politieke actie dus. Klopt dat wel? Inderdaad Tates zou gepreveld hebben dat hij de koninklijke familie wou treffen. Misschien wel omdat hun stralende weelde en hun familiegeluk in schril contrast stond tot zijn eenzaamheid, zijn uitgeslotenheid. De koninklijke familie als symbool voor de schijnwereld, die ons wil doen geloven dat alles kan, dat alles mogelijk is.
Marc Elchardus wijst er vandaag in De Morgen op dat steeds minder in onze maatschappij ideologieën drijfveer zijn voor dit soort aanslagen. "We zijn veel meer gericht op het persoonlijke, het individuele. Dus worden die moordpartijen ook verantwoord door persoonlijk problemen of frustraties," zegt Elchardus.
Het treft mij dat de wanhoopsdaad van Karst Tates over het algemeen wordt gecatalogeerd als een soort ultieme belediging van het systeem.
Maar is dat systeem op dit eigenste moment wel zo achtenswaardig?
Misschien wel nog steeds voor een grote meerderheid onder ons. Maar elke week, elke dag zelfs,komen er over de hele wereld mensen door de crisis in een situatie terecht waarbij ze alle zekerheden verliezen, waarbij alles in hun leven onderuit wordt gehaald.
Zij zijn degenen die zich gekwetst terugtrekken in hun eigen wereld, terwijl het grootste deel van de maatschappij vrolijk doordanst bovenop de bom die ons allemaal bedreigt, de totale ineenstorting van de wereldeconomie.
Mensen als Karst Tates, die niet of nooit in staat zijn geweest een kleine buffer aan te leggen tegen persoonlijke crisissen tengevolge van een algeheel debacle, dreigen ten onder te gaan, of gaan heel uitzonderlijk ten onder met veel vuur, lawaai en leed. Omdat het de enige manier is waarop ze denken de aandacht op hun radeloosheid te kunnen vestigen.
Er zijn voor zo'n Karst Tates ondertussen in Europa alleen al een paar miljoen anderen die stilletjes wegkwijnen.Ze kunnen zelfs geen klein beetje meer meedoen in een wereld waarin van alles moet.
En maak u geen illusies, wij zijn totaal niet "sam", zoals het een paar jaar geleden nog modieus klonk in het marketingjargon van de openbare zender, niet toevallig bedacht door een mevrouw die dacht dat politiek in essentie marketing was. Al staat ze niet alleen met die misvatting.
Wij zijn meer dan ooit van de leer van "ieder voor zich". Ook politiekers lijken meer voor zichzelf te draaien, voor hun imago, hun functie. Of met welk groots ideologisch project zou het heen-en-weer geloop tussen LDD en Open-VLD en terug bijvoorbeeld verklaard kunnen worden? Op een paar uitzonderingen na is het een intrieste en autistische bedoening.
Een stralende zomerdag in Apeldoorn. Een koninklijke familie die tot de meest "gewone" van Europa hoort. Een man die sterft aan zijn wanhoop en die veel mensen meesleurt in zijn gitzwarte ellende. Het sprookje is verstoord, maar dat gebeurde al veel eerder dan op 30 april in Apeldoorn.
Laten we nu eens met z'n allen eens focussen op de echte gevolgen van de crisis en niet langer op de dreiging van die andere "vijand" die Joost Zwagerman, Benno Barnard, Wim Van Rooy en consoorten sinds maanden met man en macht bestrijden.
Ik hoor alsmaar dat de crisis een kans inhoudt om deze egocentrische samenleving die alleen rond geld en inhaligheid draaide, om te gooien.
Waarom hoor ik in dit land de linksen in deze verkiezingstijd hierover zo weinig praten? Zie de feiten toch onder ogen en ga vierkant aan de kant staan waar de klappen vallen. Hou op met schipperen! Doe de ogen open voor de "verworpenen der aarde" uit die Internationale die u met lauwe stem zingt. Er zijn in deze tijd weer meer verworpenen dan ooit, bij bosjes worden ze weggegooid. Ik moet lachen als u het heeft over een "eerlijke" maatschappij. Wat een hol woord is dat in de gegeven omstandigheden, en wie van die weggeworpenen gelooft nog dat dit een maatschappij is waarin "zekerheid" kan worden beloofd, laat staan gegeven?
Drijf uw kiezers niet langer in de armen van rattenvangers.
Bovenal was er allicht zijn wanhoop. Zo'n stralende lentedag, waarop iedereen met oma, opa en de kinderen feestelijk de straat op gaat, maakt wanhoop nog groter, nog zwarter. Het contrast is soms te groot.
Sommigen noemen Karst Tates "een gek". Joost Zwagerman stelde kort na de feiten bedremmeld vast dat de "vijand" in dat sterk veranderde Nederland voor het eerst "een van ons" was. Een onopvallende keurige man. Een nette mens.
Spreken over "de vijand" veronderstelt dat we hier te maken hebben met een terroristische daad, een politieke actie dus. Klopt dat wel? Inderdaad Tates zou gepreveld hebben dat hij de koninklijke familie wou treffen. Misschien wel omdat hun stralende weelde en hun familiegeluk in schril contrast stond tot zijn eenzaamheid, zijn uitgeslotenheid. De koninklijke familie als symbool voor de schijnwereld, die ons wil doen geloven dat alles kan, dat alles mogelijk is.
Marc Elchardus wijst er vandaag in De Morgen op dat steeds minder in onze maatschappij ideologieën drijfveer zijn voor dit soort aanslagen. "We zijn veel meer gericht op het persoonlijke, het individuele. Dus worden die moordpartijen ook verantwoord door persoonlijk problemen of frustraties," zegt Elchardus.
Het treft mij dat de wanhoopsdaad van Karst Tates over het algemeen wordt gecatalogeerd als een soort ultieme belediging van het systeem.
Maar is dat systeem op dit eigenste moment wel zo achtenswaardig?
Misschien wel nog steeds voor een grote meerderheid onder ons. Maar elke week, elke dag zelfs,komen er over de hele wereld mensen door de crisis in een situatie terecht waarbij ze alle zekerheden verliezen, waarbij alles in hun leven onderuit wordt gehaald.
Zij zijn degenen die zich gekwetst terugtrekken in hun eigen wereld, terwijl het grootste deel van de maatschappij vrolijk doordanst bovenop de bom die ons allemaal bedreigt, de totale ineenstorting van de wereldeconomie.
Mensen als Karst Tates, die niet of nooit in staat zijn geweest een kleine buffer aan te leggen tegen persoonlijke crisissen tengevolge van een algeheel debacle, dreigen ten onder te gaan, of gaan heel uitzonderlijk ten onder met veel vuur, lawaai en leed. Omdat het de enige manier is waarop ze denken de aandacht op hun radeloosheid te kunnen vestigen.
Er zijn voor zo'n Karst Tates ondertussen in Europa alleen al een paar miljoen anderen die stilletjes wegkwijnen.Ze kunnen zelfs geen klein beetje meer meedoen in een wereld waarin van alles moet.
En maak u geen illusies, wij zijn totaal niet "sam", zoals het een paar jaar geleden nog modieus klonk in het marketingjargon van de openbare zender, niet toevallig bedacht door een mevrouw die dacht dat politiek in essentie marketing was. Al staat ze niet alleen met die misvatting.
Wij zijn meer dan ooit van de leer van "ieder voor zich". Ook politiekers lijken meer voor zichzelf te draaien, voor hun imago, hun functie. Of met welk groots ideologisch project zou het heen-en-weer geloop tussen LDD en Open-VLD en terug bijvoorbeeld verklaard kunnen worden? Op een paar uitzonderingen na is het een intrieste en autistische bedoening.
Een stralende zomerdag in Apeldoorn. Een koninklijke familie die tot de meest "gewone" van Europa hoort. Een man die sterft aan zijn wanhoop en die veel mensen meesleurt in zijn gitzwarte ellende. Het sprookje is verstoord, maar dat gebeurde al veel eerder dan op 30 april in Apeldoorn.
Laten we nu eens met z'n allen eens focussen op de echte gevolgen van de crisis en niet langer op de dreiging van die andere "vijand" die Joost Zwagerman, Benno Barnard, Wim Van Rooy en consoorten sinds maanden met man en macht bestrijden.
Ik hoor alsmaar dat de crisis een kans inhoudt om deze egocentrische samenleving die alleen rond geld en inhaligheid draaide, om te gooien.
Waarom hoor ik in dit land de linksen in deze verkiezingstijd hierover zo weinig praten? Zie de feiten toch onder ogen en ga vierkant aan de kant staan waar de klappen vallen. Hou op met schipperen! Doe de ogen open voor de "verworpenen der aarde" uit die Internationale die u met lauwe stem zingt. Er zijn in deze tijd weer meer verworpenen dan ooit, bij bosjes worden ze weggegooid. Ik moet lachen als u het heeft over een "eerlijke" maatschappij. Wat een hol woord is dat in de gegeven omstandigheden, en wie van die weggeworpenen gelooft nog dat dit een maatschappij is waarin "zekerheid" kan worden beloofd, laat staan gegeven?
Drijf uw kiezers niet langer in de armen van rattenvangers.
maandag 20 april 2009
Wat denkt het volk over Dedecker?
Toch nog even gekeken op andere nieuwssites over de onfrisse snuisterpraktijken van
Dedecker.
Op de Knacksite vindt 58 procent dat ze niet kunnen, maar 42 procent heeft geen bezwaar.
Bij De Morgen vindt 72 procent dat Dedecker fout bezig is en 29 procent vindt dat het kan.
Bij HLN.be was de vraag iets genuanceerder : 29 % van de zeer talrijke stemmers is het eens met Dedeckers handelswijze, 41 % vindt het gestapopraktijken die niet kunnen, en 25 % vindt zo'n praktijken alleen geoorloofd als het gerecht niets onderneemt.
Zo'n polls moet je nemen voor wat ze zijn: momentopnames, impulsieve reacties. Maar toch Vlaanderen blijkt toch niet zo vies te zijn van egogerichte brulkikkers als Jean-Marie Dedecker.
Inhoud is niet meer nodig : rellen voeden de sensatiezieke burgers. Relpolitiek en reljournalistiek zetten de toon in Vlaanderen.
Dit land is een echte bananenrepubliek in wording. De grootste schreeuwers worden gehoord, genuanceerde stemmen worden weggehoond.
Al moet gezegd dat het weerwerk tegen de brulkikkers zwak is, zeer zwak, zowel van de rechter- als van de linkerzijde.
Dedecker.
Op de Knacksite vindt 58 procent dat ze niet kunnen, maar 42 procent heeft geen bezwaar.
Bij De Morgen vindt 72 procent dat Dedecker fout bezig is en 29 procent vindt dat het kan.
Bij HLN.be was de vraag iets genuanceerder : 29 % van de zeer talrijke stemmers is het eens met Dedeckers handelswijze, 41 % vindt het gestapopraktijken die niet kunnen, en 25 % vindt zo'n praktijken alleen geoorloofd als het gerecht niets onderneemt.
Zo'n polls moet je nemen voor wat ze zijn: momentopnames, impulsieve reacties. Maar toch Vlaanderen blijkt toch niet zo vies te zijn van egogerichte brulkikkers als Jean-Marie Dedecker.
Inhoud is niet meer nodig : rellen voeden de sensatiezieke burgers. Relpolitiek en reljournalistiek zetten de toon in Vlaanderen.
Dit land is een echte bananenrepubliek in wording. De grootste schreeuwers worden gehoord, genuanceerde stemmen worden weggehoond.
Al moet gezegd dat het weerwerk tegen de brulkikkers zwak is, zeer zwak, zowel van de rechter- als van de linkerzijde.
Lente in het hoofd
Gisteren geprobeerd een tarte tatin met peren te bakken. Recept gezocht op het internet, dat gekozen wat mij het beste leek, netjes uitgevoerd zoals voorgeschreven, taart mislukt... Om maar te zeggen dat je beter bij vertrouwde bronnen kunt blijven, ook voor het bakken van taarten en andere huishoudelijke aangelegenheden. Ons Bakboek van de Boerinnenbond en/of de recepten van Weekend Knack op www.gastronomennet.be.
Ja, lezer die mij kent, ik schep tegenwoordig het grootste genoegen in huishoudelijke bezigheden als leren taarten bakken, een keukentuintje met kruiden maken op het terras, een halve dag zoeken naar de juiste overgordijnen tegen een treffelijke prijs... Ik geniet vooral van de tijd die ik aan al deze dingen kan besteden. Vorige woensdag reed ik om 10 uur 's ochtends door de Kempen langs Arendonk en Poppel, dicht bij de grens met Nederland. Volop ruimte, veel zonlicht, vergezichten gevuld met jong groen en... een onmetelijk gevoel van vrijheid.
De dag voordien was ik op de verjaardagskoffie bij mijn schoonzus in Nederland. Een namiddag in de tuin met familie zomaar midden in de week, wat een ongekende luxe voor een pas gepensioneerd mens als ik, die tientallen jaren door het leven heeft gejaagd als een sneltrein.
Ik heb mezelf ook bevrijd van de nieuwsdruk.Maar volgens mijn lief ben ik nog steeds een "boekskesmens". Ja, ik kan mij nog opwinden over lelijkheid, oppervlakkigheid of domheid in mijn vroeger vak. En de dag kan nog steeds niet beginnen zonder krant, in het weekend zelfs twee. Maar ik hoef niet meer elke nieuwsuitzending op radio of televisie te volgen.
Maar inderdaad, ik kan me nog opwinden. Zo ook vorige vrijdagavond, toen in Terzake de Nederlandse pedofielenjager Chris Hölsken werd geïnterviewd, ondermeer door de toch zeer beslagen Kathleen Cools. Niemand stelde de vraag wie is die man, wat zijn zijn motieven, wie zit er werkelijk achter die (Zuid-)Amerikaanse website?
's Anderendaags merk ik in De Standaard dat Tom Naegels wél zijn huiswerk heeft gemaakt. Met een paar muisklikken schetst hij in zijn column Spijkerschrift een beeld van Hölsken, dat tenminste laat vermoeden, zoals Tom het schrijft, dat we hier met "de zoveelste Marcel Vervloesem" te maken hebben. Maar neen, men verliest zich op de meeste plaatsen liever in eindeloos herhaalde, voor de hand liggende details. Wat is hiervoor het excuus : geen tijd om de dingen uit te zoeken of het niet de moeite waard vinden, omdat de meeste anderen het al evenmin doen?
Ook over potentaat Jean-Marie Dedecker heb ik mij behoorlijk opgewonden. Een gevaarlijk mannetje! Die vindt dat hem alles geoorloofd is, hij de witte ridder van het Nieuwe Vlaanderen. Het zal u niet verbazen dat bij een poll op www.standaard.be bijna 40 procent vindt dat zijn achterbakse heksenjacht op Karel De Gucht geoorloofd is. De Standaard, onverantwoord interessant om de temperatuur van Vlaanderen te nemen.
Hoeveel percent haalde die partij in de jongste polls? We staan er bijster slecht voor in dit land als dit de politiekers van morgen worden. Dedecker is opgetrokken uit revanchisme, niet bepaald een edel motief om aan politiek te gaan doen. De hemel behoede ons voor dit soort lui in een mogelijke volgende Vlaamse regering. Ik denk dat Jan Van Rompaey het zich allang beklaagt dat hij de judocoach ooit lanceerde als mediafiguur in zijn Jan Publiek.
Ja, lezer die mij kent, ik schep tegenwoordig het grootste genoegen in huishoudelijke bezigheden als leren taarten bakken, een keukentuintje met kruiden maken op het terras, een halve dag zoeken naar de juiste overgordijnen tegen een treffelijke prijs... Ik geniet vooral van de tijd die ik aan al deze dingen kan besteden. Vorige woensdag reed ik om 10 uur 's ochtends door de Kempen langs Arendonk en Poppel, dicht bij de grens met Nederland. Volop ruimte, veel zonlicht, vergezichten gevuld met jong groen en... een onmetelijk gevoel van vrijheid.
De dag voordien was ik op de verjaardagskoffie bij mijn schoonzus in Nederland. Een namiddag in de tuin met familie zomaar midden in de week, wat een ongekende luxe voor een pas gepensioneerd mens als ik, die tientallen jaren door het leven heeft gejaagd als een sneltrein.
Ik heb mezelf ook bevrijd van de nieuwsdruk.Maar volgens mijn lief ben ik nog steeds een "boekskesmens". Ja, ik kan mij nog opwinden over lelijkheid, oppervlakkigheid of domheid in mijn vroeger vak. En de dag kan nog steeds niet beginnen zonder krant, in het weekend zelfs twee. Maar ik hoef niet meer elke nieuwsuitzending op radio of televisie te volgen.
Maar inderdaad, ik kan me nog opwinden. Zo ook vorige vrijdagavond, toen in Terzake de Nederlandse pedofielenjager Chris Hölsken werd geïnterviewd, ondermeer door de toch zeer beslagen Kathleen Cools. Niemand stelde de vraag wie is die man, wat zijn zijn motieven, wie zit er werkelijk achter die (Zuid-)Amerikaanse website?
's Anderendaags merk ik in De Standaard dat Tom Naegels wél zijn huiswerk heeft gemaakt. Met een paar muisklikken schetst hij in zijn column Spijkerschrift een beeld van Hölsken, dat tenminste laat vermoeden, zoals Tom het schrijft, dat we hier met "de zoveelste Marcel Vervloesem" te maken hebben. Maar neen, men verliest zich op de meeste plaatsen liever in eindeloos herhaalde, voor de hand liggende details. Wat is hiervoor het excuus : geen tijd om de dingen uit te zoeken of het niet de moeite waard vinden, omdat de meeste anderen het al evenmin doen?
Ook over potentaat Jean-Marie Dedecker heb ik mij behoorlijk opgewonden. Een gevaarlijk mannetje! Die vindt dat hem alles geoorloofd is, hij de witte ridder van het Nieuwe Vlaanderen. Het zal u niet verbazen dat bij een poll op www.standaard.be bijna 40 procent vindt dat zijn achterbakse heksenjacht op Karel De Gucht geoorloofd is. De Standaard, onverantwoord interessant om de temperatuur van Vlaanderen te nemen.
Hoeveel percent haalde die partij in de jongste polls? We staan er bijster slecht voor in dit land als dit de politiekers van morgen worden. Dedecker is opgetrokken uit revanchisme, niet bepaald een edel motief om aan politiek te gaan doen. De hemel behoede ons voor dit soort lui in een mogelijke volgende Vlaamse regering. Ik denk dat Jan Van Rompaey het zich allang beklaagt dat hij de judocoach ooit lanceerde als mediafiguur in zijn Jan Publiek.
zaterdag 11 april 2009
Het leven
Gisteren de afscheidsplechtigheid bijgewoond van de echtgenoot van een vriendin. Een generatiegenoot, een wijze reus, die op een paar maanden tijd werd weggemaaid. Het was de eerste echt stralende lentedag, in fel contrast met rouw en verdriet. Een teken van de natuur dat ondanks de dood het leven verder gaat, vernieuwt? De tweede maal is het dat ik in Lochristi op zo'n uitbundig stralende lentedag afscheid neem van iemand die ik graag nog een paar decennia had weten verderleven.
Ook de twee kleinkinderen van de overledene waren aanwezig, baby's, ukjes, die nog niet vatten wat er is gebeurd en die hun opa alleen zullen kennen door de verhalen die oma en hun ouders over hem zullen vertellen. Over de tederheid en de trots van de grote man, van wie hun onderbewuste zich misschien toch de lieve handen en de zachte stem zal herinneren. Misschien dragen ze een aantal van zijn kwaliteiten mee in hun genen? We zijn ons niet altijd bewust van de erfenis die we meekrijgen van eerdere generaties, maar ze is er wel.
In de schaduw van zoveel verdriet is het bijna niet decent, om zoals wij een feest van het leven voor te bereiden. Mijn lief en ik gaan trouwen en we willen dat ook vieren. De reacties daarop zijn zeer divers. Veel mensen zijn blij voor ons, maar soms voel je toch ook in een reactie een ondertoon van : zijn jullie gek geworden?
Misschien is het ook wel een beetje het lot uitdagen om als je de zestig voorbij bent nog echt dat engagement aan te gaan. Een toekomst te willen creëren, letterlijk. Ook een nieuw nest in te richten, al weet je heel zeker dat je de toekomst niet, nooit in handen hebt. Hopelijk is die toekomst lang, maar zelfs als ze kort blijkt te zijn geweest achteraf, dan wil ik alles gedaan hebben om elke dag ervan waardevol te maken.
Ook de twee kleinkinderen van de overledene waren aanwezig, baby's, ukjes, die nog niet vatten wat er is gebeurd en die hun opa alleen zullen kennen door de verhalen die oma en hun ouders over hem zullen vertellen. Over de tederheid en de trots van de grote man, van wie hun onderbewuste zich misschien toch de lieve handen en de zachte stem zal herinneren. Misschien dragen ze een aantal van zijn kwaliteiten mee in hun genen? We zijn ons niet altijd bewust van de erfenis die we meekrijgen van eerdere generaties, maar ze is er wel.
In de schaduw van zoveel verdriet is het bijna niet decent, om zoals wij een feest van het leven voor te bereiden. Mijn lief en ik gaan trouwen en we willen dat ook vieren. De reacties daarop zijn zeer divers. Veel mensen zijn blij voor ons, maar soms voel je toch ook in een reactie een ondertoon van : zijn jullie gek geworden?
Misschien is het ook wel een beetje het lot uitdagen om als je de zestig voorbij bent nog echt dat engagement aan te gaan. Een toekomst te willen creëren, letterlijk. Ook een nieuw nest in te richten, al weet je heel zeker dat je de toekomst niet, nooit in handen hebt. Hopelijk is die toekomst lang, maar zelfs als ze kort blijkt te zijn geweest achteraf, dan wil ik alles gedaan hebben om elke dag ervan waardevol te maken.
zondag 5 april 2009
24 kinderen in Rome
Bij het station Ostiense in Rome werden 24 Afghaanse kinderen, tussen 10 en 15 jaar, gevonden in de riolen. Niemand kent hun naam, weet hoe ze daar zijn beland, of ze ouders hebben die samen met hen naar Italië zijn gekomen.
Vorige week stond in de krant het bericht dat in de zuidelijke stad Foggia migranten worden vervoerd in aparte bussen, een feitelijk apartheidssysteem.
Vorige zomer werden in Rome de eerste affiches geplakt om op te roepen tot een onverbiddelijke politiek voor illegalen. Berlusconi is er ook een van "eigen volk eerst". Extreem zelfs. Zijn nieuwe partij "Het volk van de vrijheid" beperkt dat begrip volk tot blank, westers en christelijk. Wilfried Martens is onlangs op het stichtingscongres van Il Popolo della Libertà gaan spreken namens de Europese Volkspartij. Berlusconi stond dezer dagen op de foto's van de G2O grijnslachend te blinken, de arm om de schouders van Barack Obama, de eerste zwarte president van de VS. Dat terwijl hij in eigen land alles wat niet blank, christelijk en Italiaans is vertrapt en vernedert.
Vanmorgen heb ik een klein boekje herlezen dat me een paar jaar geleden fel beroerde.
De Tuin van de Sultan van Rome van de Nederlandse Louise O. Fresco (Prometheus,ISBN 90 446 0619 0). Louise Fresco woont en werkt al jaren in Rome voor de FAO.
Ze beschrijft Rome door de ogen van een jongen, van een jaar of 16, die ergens uit een ver oosten gevlucht is, mits betaling van een hoge som aan een mensensmokkelaar. Hij wilde naar Hamburg of Holland, maar strandde in Rome. Daar werkt hij voor een soort moderne slavendrijver, Dalil. Hij verkoopt rozen, is drugskoerier, parkingbewaker. Voor zijn schamel onderkomen en voedsel moet hij aan Dalil betalen, overdag leeft hij op straat van voedselafval.
Zijn beleving van de wereldstad vol mooie vrouwen, rijke mannen en massa's toeristen is heel verschillend van degene die in reisgidsen wordt verkocht. Hij begrijpt ze niet die stad, en probeert er vat op te krijgen met zijn beperkte ervaringen en begrippen, bepaald door de verre vallei waar hij vandaan komt. Dat blijkt ontoereikend en laat hem het gruwelijkste ervaren.
Iedereen die naar Italië, naar Rome, gaat komt ze tegen: de Senegalesi met hun trottoirhandel, de parapluverkopers die uit elk gat komen gekropen als er een druppel regen valt, de rozenverkopers 's avonds, de hoertjes langs de weg.
Ze zijn er en we stellen er ons weinig vragen bij, tot zo'n bericht in de krant verschijnt: 24 Afghaanse kinderen die in het Romeinse riool leven.
Lees het boekje van Louise Fresco en kijk met andere ogen naar wereldsteden waar aan de zelfkant mensen uit noodzaak beschutting zoeken in het riool. Verschoppelingen van onze geglobaliseerde wereld.
Vorige week stond in de krant het bericht dat in de zuidelijke stad Foggia migranten worden vervoerd in aparte bussen, een feitelijk apartheidssysteem.
Vorige zomer werden in Rome de eerste affiches geplakt om op te roepen tot een onverbiddelijke politiek voor illegalen. Berlusconi is er ook een van "eigen volk eerst". Extreem zelfs. Zijn nieuwe partij "Het volk van de vrijheid" beperkt dat begrip volk tot blank, westers en christelijk. Wilfried Martens is onlangs op het stichtingscongres van Il Popolo della Libertà gaan spreken namens de Europese Volkspartij. Berlusconi stond dezer dagen op de foto's van de G2O grijnslachend te blinken, de arm om de schouders van Barack Obama, de eerste zwarte president van de VS. Dat terwijl hij in eigen land alles wat niet blank, christelijk en Italiaans is vertrapt en vernedert.
Vanmorgen heb ik een klein boekje herlezen dat me een paar jaar geleden fel beroerde.
De Tuin van de Sultan van Rome van de Nederlandse Louise O. Fresco (Prometheus,ISBN 90 446 0619 0). Louise Fresco woont en werkt al jaren in Rome voor de FAO.
Ze beschrijft Rome door de ogen van een jongen, van een jaar of 16, die ergens uit een ver oosten gevlucht is, mits betaling van een hoge som aan een mensensmokkelaar. Hij wilde naar Hamburg of Holland, maar strandde in Rome. Daar werkt hij voor een soort moderne slavendrijver, Dalil. Hij verkoopt rozen, is drugskoerier, parkingbewaker. Voor zijn schamel onderkomen en voedsel moet hij aan Dalil betalen, overdag leeft hij op straat van voedselafval.
Zijn beleving van de wereldstad vol mooie vrouwen, rijke mannen en massa's toeristen is heel verschillend van degene die in reisgidsen wordt verkocht. Hij begrijpt ze niet die stad, en probeert er vat op te krijgen met zijn beperkte ervaringen en begrippen, bepaald door de verre vallei waar hij vandaan komt. Dat blijkt ontoereikend en laat hem het gruwelijkste ervaren.
Iedereen die naar Italië, naar Rome, gaat komt ze tegen: de Senegalesi met hun trottoirhandel, de parapluverkopers die uit elk gat komen gekropen als er een druppel regen valt, de rozenverkopers 's avonds, de hoertjes langs de weg.
Ze zijn er en we stellen er ons weinig vragen bij, tot zo'n bericht in de krant verschijnt: 24 Afghaanse kinderen die in het Romeinse riool leven.
Lees het boekje van Louise Fresco en kijk met andere ogen naar wereldsteden waar aan de zelfkant mensen uit noodzaak beschutting zoeken in het riool. Verschoppelingen van onze geglobaliseerde wereld.
Abonneren op:
Posts (Atom)
